Oom Cees en Tante Menke
Cornelis Steenhuis en Menke Henderika Ipema
Vaarwel, Nederland
Rotterdam, eind jaren veertig. De Tweede Wereldoorlog is net voorbij en bij de Wilhelminapier liggen grote passagiersschepen. Klaar voor vertrek. Via loopbruggen gaan mensen het dek op. Ze zwaaien naar de achterblijvers op de kade. Hun koffers zijn gelabeld, met daarop bestemmingen als Melbourne, Quebec en New York. In de verte, voorbij grote fabrieksloodsen, prijkt het karakteristieke hoofdkwartier van de Holland-Amerika Lijn – tegenwoordig beter bekend als Hotel New York.
De Wilhelminakade in de haven van Rotterdam is een van de plekken waar honderdduizenden Nederlanders vanaf 1945 hun zoektocht naar beter leven beginnen. Het fenomeen emigratie is niet helemaal nieuw – al in de achttiende en negentiende eeuw vertrekken mensen naar overzeese gebieden – maar de omvang is dat wel. Tussen 1946 en 1969 zullen ongeveer een half miljoen Nederlands emigreren, zo’n vier procent van het totaal aantal inwoners.
Waar komt de massale emigratiedrift vandaan?
Een van de landverhuizers is Freek Broerema, die rond 1950 het Groningse platteland verruilt voor Australië. Zijn reden: de herinneringen aan de voorgaande jaren. “Het begon weer naar oorlog te ruiken en daar had ik helemaal geen zin in,” zegt hij daarover in het programma Andere Tijden in 2006. De aanvankelijke vreugde van de bevrijding na de Tweede Wereldoorlog maakt dan snel plaats voor nieuwe angsten. In voormalig Nederlands-Indië rommelt het. Op de achtergrond schuurt het tussen ‘het vrije Westen’ en de Sovjet-Unie – de Koude Oorlog begint en mensen zijn bang voor een Derde Wereldoorlog.
Ook blijft economisch herstel uit. Armoede is voelbaar, veel goederen zijn nog op de bon – voor veel Nederlanders ligt de werkloosheid van de jaren dertig nog vers in het geheugen. Emigrant Gerda van Hoorn, die in 1956 naar Australië gaat: “We hadden niet zo veel. IJskasten, wasmachines en televisies – dat was er allemaal nog niet. We hadden een fiets en dat was het.” Van Hoorn werkt in Nederland in een sigarettenfabriek en woont bij haar schoonmoeder in. “Ons idee was: we gaan voor vijf jaar naar Australië, worden rijk en gaan dan weer terug.”
Een ander probleem is de woningnood. Nederland heeft tien miljoen inwoners, het land raakt overvol – althans, de bevolking groeit harder dan in andere West-Europese landen. Feike Falkema, voormalig emigratieconsulent, blikt terug. “Er was niet zoveel werk in die jaren. De toekomst zag men een beetje somber in. Nederland raakte vol.”
Om bovenstaande reden zullen Ook Cees en tante Menke ook zijn verhuisd. Na enig speurwerk heb ik onderstaande kunnen vinden. Ze hebben 3 kinderen als ze in 1953 Emigreren met het schip ” de Johan van Oldebarneveld” vertrekken.
Hieronder een filmpje van het schip. De reis zal ongeveer 25 dagen geduurd hebben.






